TOKYO | De vlucht van Auckland naar Tokio (ongeveer 40 mio inwoners in Groot Tokyo) duurt lang. Elf uur om precies te zijn. Wanneer we toekomen is het al donker en regent het. En brrr, wat is het hier koud. We nemen de bus van de luchthaven naar ‘downtown’ Tokio en we moeten daarna nog even zoeken om ons verblijfje te vinden, dat een hele kleine en donkere studio blijkt te zijn. Uitgeput gaan we slapen in de hoop dat het de volgende dag opklaart.

Dat is niet het geval, maar dat houdt ons niet tegen om te voet Tokio te verkennen. ‘s Avonds krijgen we in de studio eindelijk de verwarming aan de praat. Lang leve Google Translate, want die Japanners hebben hier knopjes en afstandsbedieningen voor vanalles en nog wat, maar als je niet kan lezen wat daarop staat, bemoeilijkt dat de zaak toch enigzins. Ook de wc’s zijn voorzien van een arsenaal aan knopjes. Daarmee experimenteren kan je dus een aars-reiniging en consoorten opleveren. Kan best verschietelijk zijn. En ik ben er nog niet over uit of ik het effect van de knopjes allemaal even aangenaam vind.

Gelukkig laat de gigantische stad ons de komende dagen kennis maken met een zonnig Tokyo. Veel beter, ook voor mijn humeur!

Er zijn echter nog heel veel Japanse gewoonten, regeltjes en / of opvallendheden:

  • Zon of regen, Japanners hebben ALTIJD een paraplu bij.
    Uiteraard tegen de regen, maar ze gebruiken hem ook bij zonnig weer om niet te bruinen. Hoe harder de zon hier schijnt, hoe meer kledij ze dragen. Ook handschoenen met mouwen en mondkapjes helpen een getaande huid te voorkomen. Wat een omgekeerde wereld toch!
    Paraplu’s zijn dus big business. Op veel plaatsen zijn er zelfs rekjes met nummertjes en sleutels waarin je je paraplu kan stationeren. Jammerlijk neveneffect van het verlangen om wit te blijven, is dat je hier maar weinig terrasjes vindt. šŸ™
  • Alles is hier dun: zakdoekjes, wc-papier, handdoeken en de mensen.
    Ik kom tot de confronterende vaststelling dat mijn modellen-carriĆØre hier strandt.
  • Bijna alles is hier klein:
    de lavabo’s (die komen soms niet veel hoger dan mijn knieĆ«n), verpakkingen van eten en drinken (een Kit Kat bijvoorbeeld is nog geen vierde van een exemplaar van bij ons), stoeltjes … en de mensen. In elk opzicht zijn wij hier dus buiten proportie: zowel in de hoogte als in de breedte. Ik weet niet of ze dat bedoelen met ‘Big in Japan’? ?
  • Communiceren is een uitdaging.
    Japanners zijn eerder verlegen, terughoudend en uiterst beleefd. Dat levert geen grote babbelaars op. Daarnaast is de kennis van het Engels zeer gelimiteerd. Dat maakt dat ‘echt contact’ met de mensen hier erg beperkt is. Al is iedereen hier extreem hulpvaardig en vriendelijk. We kunnen er in Europa nog wel wat van opsteken. De enige gelegenheid waarbij we iets uitgebreider met Japanners praten, is wanneer we in een klein cafeetje terechtkomen waar er een Japanner een stand-up comedy show geeft voor een handvol toeristen. Ik denk zo’n 12-tal toeschouwers, onszelf inbegrepen. De performer is in Londen naar de Comedy School geweest en hij is best grappig, maar aan z’n Engels kan nog wat geschaafd worden. Er zijn toch sommige woorden die we niet helemaal snappen, waardoor de comedianĀ heel soms de enige is die met z’n grapje lacht. Maar dat is op zich dan ook wel weer een beetje grappig.
  • Japanners werken zich te pletter.
    Ik denk dat zij super onder druk staan omdat de verwachtingen buitenproportioneel zijn. Ze zijn met duizenden, de kokette vrouwen en de mannen in nette maatpakken: op de metro, op straat en ‘s avonds in de restaurants. Overuren kloppen zijn hier de norm, zonder in vraag te stellen of er misschien iets aan de efficiĆ«ntie gedaan kan worden. Of in elk geval toch niet luidop. Het is ook niet de taak van een werknemer om hier kritisch over na te denken; dat is zelfs erg onbeleefd. Als werknemer moet je vooral doen wat je opgedragen wordt, de hiĆ«rarchische regels respecteren. Veel voldoening, carriĆØremogelijkheden of werkvreugde schept dat niet. Daarmee houdt het helaas niet op: na een werkdag van meer dan tien uur mag / moet je nog verplicht mee gaan uit eten en drinken met de baas en de collega’s. Dat lijkt misschien gezellig, maar dat is het lang niet altijd, want ook tijdens het zogenaamde ‘socializen’ blijven de strenge hiĆ«rarchische regels van kracht. Het komt na zo’n avond voor dat niet iedereen meer in staat is om thuis te geraken. Gelukkig zijn er dan de capsule-hotels om deze gevallen op te vangen. Dat zijn hotels met matrassenhokjes, vergelijkbaar met legbatterijen. Maar dan voor mensen. En ‘s anderendaags kan hetzelfde scenario opnieuw beginnen.
    Sommigen die de moed hadden hun job op te geven (zoals de comedian), durven het wel de ‘moderne slavernij’ te noemen.
  • Japanners zijn allergisch aan confrontaties.
    Via AirBnB Experiences boeken we de ‘Weirdest bike tour in Tokyo’. Het meisje die de tour organiseert, heeft het eigenlijk niet zo goed geregeld. Wanneer de tour zou moeten vertrekken, ontbreken er nog enkele fietsen voor de deelnemers. Bart gaat met het meisje op zoek naar extra huurfietsen en komt pas een uur later terug! Ik sta daar maar wat te koekeloeren, maar de Franse familie die dezelfde tour boekte, is er niet over te spreken. Ze beschuldigen het meisje van uiterst onprofessioneel gedrag en eisen hun geld terug. Die taal is veel te hard, te direct en choquerend voor een Japanner. Het kind is er helemaal door van haar melk. Wij hebben er compassie mee. Gedurende de hele fietstocht komt er niet veel meer uit dan: “Belly belly solly. So solly.”
  • Japanners zijn nerds.
    OK, ik weet dat ik niet moet veralgemenen, maar het stereotype komt ergens vandaan. Mijn nerd, Bartje dus :-), voelt zich helemaal in z’n nopjes in de tech- en gadget winkels die zijn volgestouwd met kabeltjes en (nutteloze) hebbedingen.
    Op de metro zitten voornaam uitziende mannen in pak op hun smartphone spelletjes te spelen met beertjes en hartjes in pastelkleuren zonder dat daar lacherig over gedaan wordt. Ik vind het wel schattig.
  • Tokio ademt een soort van rust uit die ik nog in geen enkele andere grootstad heb mogen ervaren. Ondanks de miljoenen mensen heb je hier niet het gevoel van in een constante mierennest te zitten. De Tsukiji markt niet meegeteld dan. De gedisciplineerde aard van de Japanners zit er zeker voor iets tussen.

We spenderen een vijftal dagen in Tokio, wat net goed is om alle highlights op het gemak te kunnen bezoeken. We hebben wel al hƩƩl veel kilometers in de benen. Misschien wel meer dan we gemiddeld per dag liepen in NZ, ook al gingen we daar vaak hiken.
We activeren onze Japan Rail Pass zodat we morgen koers kunnen zetten naar onze eerste bestemming buiten de hoofdstad: Nikko, here we come!